Zoeken in deze blog

8 april 2008

Vlaams Cultuur erfgoed

Uit de Belgische Staatscourant:

Definitieve opname van roerende goederen in de lijst van het cultureel erfgoed van de Vlaamse Gemeenschap
:


Bij besluit van de Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel van 10 maart 2008 tot definitieve opname van roerende goederen en verzamelingen in de lijst van het roerend erfgoed van de Vlaamse Gemeenschap wordt bepaald :

Enig artikel. De volgende roerende goederen worden als definitieve maatregel opgenomen in de lijst van het roerend cultureel erfgoed van de Vlaamse Gemeenschap in hoofdafdeling 1, individuele voorwerpen; afdeling 4, artistiek erfgoed :

1° a) korte beschrijving : Jacques Francart, "Premier Livre d'Architecture", Brussel 1617
Dit boek van Jacques Francart (1577-1651), de Brusselse hofarchitect van de aartshertogen Albrecht en Isabella, vormt het eerste en enig uitgegeven boek van een reeks van vier. Het behandelt uitsluitend poortconstructies en deze vormentaal leidde tot een vernieuwing in de architectuur-theoretische traditie in de Zuidelijke Nederlanden tijdens de 17de eeuw. Deze publicatie van Francart behoorde toe aan de bibliotheek van P.P. Rubens en heeft daardoor mogelijk indirect een rol gespeeld op de architectuur van het Rubenshuis.
b) motivatie : Het boek van Francart is zeldzaam en het tweede gekende exemplaar bewaard in openbare bibliotheken in België. Het is daarbij het enige afzonderlijke exemplaar, daar het andere een convoluut is. Binnen het Vlaamse Gewest is dit het enige gekende exemplaar en dat maakt het uniek.
Dit werk is inhoudelijk en theoretisch een essentieel architectuurboek dat tijdens de 17de eeuw in de Nederlanden op de markt kwam. Het vervult een belangrijke schakelfunctie in de evolutie van de architectuurtractaten in de Nederlanden. De hoge ijkwaarde voor Antwerpen en de Vlaamse bouw-historie spelen een belangrijke rol in het wetenschappelijk onderzoek.
c) bewaarplaats : Hogeschool Antwerpen (Campus Mutsaard-Academie)
d) eigendomssituatie : overheidsbezit;

2° a) korte omschrijving : Inschepingslijst of lijst met passagiers voor de Nieuwe Wereld
De emigratie naar de Nieuwe Wereld kende in de tweede helft van de 19de eeuw een hoogtepunt. De Antwerpse haven vormde in deze emigratie uiteraard een centrale schakel, niet enkel voor emigranten uit Vlaanderen, maar ook voor 'land-verhuizers' uit grote delen van Europa (bijvoorbeeld Duitsland, Rusland, Centraal- en Oost-Europa). Voor elke vaart (met datum van vertrek, naam van kapitein en boot) geeft het register de naam en voornaam van de passagiers die inscheepten, plaats en land van geboorte, plaats en datum van uitgifte van het paspoort, soms ook "observations". Ongeveer 5100 emigranten op weg naar New York (hoofdzakelijk), maar ook naar andere plaatsen zoals Baltimore, Boston, Philadelphia en Quebec, worden op die manier gerepertorieerd.
b) motivatie : Dit ene register is letterlijk een unicum aangezien gelijkaardige registers voor andere jaren door Duitse troepen tijdens Wereldoorlog I werden vernietigd. Het bestand heeft in de eerste plaats een historische betekenis. Het bewaarde archiefstuk maakt het mogelijk inzicht te verkrijgen in een belangrijke component van het sociale en economische leven in Vlaanderen en West-Europa, namelijk de emigratie naar de Nieuwe Wereld.
Het register is een belangrijk element in het collectieve geheugen en vervult een beduidende schakelfunctie voor de sociaal-economische geschiedenis.
c) bewaarplaats : Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën (Rijksarchief Antwerpen)
d) eigendomssituatie : overheidsbezit;

3° a) korte omschrijving : De Feesten van Angst en Pijn van Paul van Ostaijen (1896-1928), vijfentwintig dubbelgevouwen bladen, 248 x 349 mm, op 93 zijden beschreven; drie bladen, 259 x 175 mm, op vijf zijden beschreven; in totaal 106 bladzijden
b) motivatie : Uniek handschrift dat een cultuurhistorische functie en tevens een beduidende schakel- en artistieke functie uitoefent.
Paul van Ostaijen is als dichter een ijkpunt in de Nederlandse letteren. Hij behoort tot het collectieve geheugen van Vlaanderen. Het handschrift van De Feesten van Angst en Pijn is een pakkend (visueel) voorbeeld van de primauteit en de autonomie van de poëzie die door Van Ostaijen werd verdedigd. Het is een uniek document dat het begin van de literaire avant-garde in Vlaanderen inluidt.
c) bewaarplaats : AMVC-letterenhuis (Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven)
d) eigendomssituatie overheidsbezit;

4° a) korte omschrijving : Kaas, Willem Elsschot ( 1882-1960)

Het betreft het enig (gekende) handschrift van Elsschots beroemde novelle Kaas, geschreven in zwarte inkt, in totaal 77 vellen. Deze ôoerversieö werd door Alfons de Ridder zelf aan het pas opgerichte Museum van de Vlaamsche Letterkunde (zoals het Letterenhuis toen heette) overgemaakt.
b) motivatie : De novelle Kaas wordt beschouwd als een schakelfunctie in het leven en werk van de schrijver. Daarnaast neemt dit werk ook in de literatuur-geschiedenis (collectieve geheugen) een uitzonderlijke plaats in. Dit is de eerste versie, met correcties en doorhalingen en bovendien het enige volledige handschrift van Kaas dat ons bekend is. Het zal duidelijk zijn dat daarmee een hoge artistieke waarde gepaard gaat. Het is van uit-zonderlijk belang in de studie van de genese van de uiteindelijke publicatie van Kaas (1933) en vervult derhalve een belangrijke ijkfunctie.
c) Bewaarplaats : AMVC-letterenhuis (Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven)
d) eigendomssituatie : overheidsbezit;

5° a) korte omschrijving : Breviarium Mayer van den Bergh, Meester van het eerste Gebedenboek van Maximiliaan; Meester van Jacob IV van Schotland; Simon Bening en diverse medewerkers uit de ateliers van voornoemde meesters. Circa 1500
Het Breviarium bevat 720 folio's met 79 miniaturen en talrijke randversieringen. Het is een handschrift van grote luxe, op vellum, gemaakt of aangepast voor een Portugese bestemmeling.
b) motivatie : Het Breviarium Mayer van den Bergh geldt, naar omvang en naar artistieke kwaliteit, als één van de grootste verwezenlijkingen van de Vlaamse miniatuurkunst van zijn tijd.
De identificatie van de verschillende handen die in het Breviarium aanwezig zijn, betekent een belangrijke bijdrage tot de chronologie van de activiteit van de belangrijke meesters die aan dit handschrift werkten. Het is een exemplarisch voorbeeld van de samenwerking tussen miniaturisten.
Het grondig wetenschappelijk en fysisch onderzoek zorgde voor belangrijke resultaten die ook in andere onderzoeken als meetinstrument gebruikt kunnen worden.
Het handschrift heeft een bijzondere artistieke waarde daar drie van de belangrijkste miniaturisten van de tijd eraan meewerkten. Deze kunstenaars getuigen van de nieuwe benadering van de beeldvorming in de miniatuurkunst die dicht aansluit bij de schilderkunstige evolutie van de tijd.
d) eigendomssituatie : privé-bezit;


6° a) korte omschrijving : Wandkaart van de Nederlanden, derde editie van de Blaeu-kaart der Nederlanden van 1608
De Antwerpse Blaeu-kaart werd genoemd naar de uitgever van de kaart, lid van de bekende Amsterdamse drukkers-familie.
Deze kaart is de enige Blaeu-kaart van de Nederlanden die nog in de Nederlanden wordt bewaard.
b) motivatie : Deze kaart is om meerdere reden zeldzaam te noemen. De eerste reden heeft betrekking op het feit dat het de enige Blaeu-kaart van de Nederlanden is die nog in België of Nederland bewaard wordt. Verder is het tevens zeldzaam dat een kaart die als wandkaart werd gemonteerd, eeuwenlang bewaard bleef. Dit aspect zorgt ervoor dat het een belangrijke ijkwaarde heeft.
De kaart verwijst naar een cruciale periode uit de geschiedenis van de Nederlanden en is daardoor belangrijk in het collectieve geheugen.
De artistieke waarde van de kaart komt tot uiting in het vakmanschap van de drukkers Willem Jansz. en Joannes Blaeu (Amsterdam), de graveurs Josua vanden Ende en Hessel Gerritsz., en de tekenaar Claes Jansz. Visscher.
c) bewaarplaats : Stadsarchief Antwerpen
d) eigendomssituatie : overheidsbezit;

7° a) korte beschrijving : Insolvente Boedelskamer Antwerpen

Om schuldeisers van faillerende personen of zaken te beschermen, beval de Antwerpse stadsmagistraat reeds in 1518 dat alle bezittingen en papieren van de ôinsolventeö of in faling geraakte persoon moesten worden beheerd door een gerechtelijk ambtenaar : de amman. Op deze wijze kwamen tientallen van handelaars en bedrijven terecht op het Antwerpse stadhuis.
Deze vormen een unieke staalkaart van het economisch leven in de stad vanaf de 16de eeuw. Door het belang van Antwerpen als handelsmetropool in de 16de en 17de eeuw heeft het fonds ook een duidelijke internationale dimensie.
b) motivatie : Er bestaat geen enkel ander bedrijfs-economisch archieffonds van deze omvang voor het collectieve geheugen.
Als dusdanig is de Insolvente Boedelskamer dan ook onmisbaar voor het collectief geheugen, zeker wat betreft het economisch en het dagelijkse leven in een stad.
De Insolvente Boedelskamer werpt een uniek licht op een zeer belangrijke periode in de sociaal-economische geschiedenis van Vlaanderen, met name de 16de en de 17de eeuw. Daardoor vervult het archief een onmisbare schakelwaarde.
Dit fonds is onze voornaamste bron voor de kennis van de handel, de nijverheid, de internationale relaties en het dagelijkse leven in Antwerpen tijdens het Ancien Régime en heeft een onmisbare ijkwaarde.
c) bewaarplaats : Stadsarchief Antwerpen
d) eigendomssituatie : overheidsbezit;

8° a) korte beschrijving : Scheldekaart : kaart van het Scheldegebied van Rupelmonde tot de Noordzee
De Scheldekaart van Rupelmonde tot de Noordzee (ca. 1505) is een ingekleurde tekening met een lengte van 5,5 meter die uit tien aan elkaar gekleefde stukken perkament werd samengesteld. De tekening stelt een gedeelte van de loop van de Schelde voor van Rupelmonde tot de Noordzee.
b) motivatie : Door haar uitzonderlijke lengte (5 meter 47 cm) en ouderdom (1504-1505), bekleedt deze kaart een prominente plaats in de cartografie van Vlaanderen en de Nederlanden. Doordat er op de kaart verschillende types zeeschepen aangetroffen worden, samen met meer dan 150 toponiemen en een overvloed aan illustraties van landschappelijke, bouwkundige of nautische aard, speelt het document een beduidende rol in het collectieve geheugen.
De Scheldekaart is een vrij exact gedateerde en rijkelijk geïllustreerde momentopname met een grote waarde op het vlak van toponymie en historische geografie en vervult daarmee een belangrijke rol in het cartografische onderzoek (hoge ijk- en schakelfunctie) in Vlaanderen.
c) bewaarplaats : Stadsarchief Antwerpen
d) eigendomssituatie : overheidsbezit;

9° a) korte beschrijving : Cronache de singniori di Fiandra", met de oudste kaart van Vlaanderen, 1452
De Cronache de singniori di Fiandra is de bewerking en de vertaling in het Italiaans van een Middelnederlandse ôKroniek van Vlaanderenö, meer bepaald de ôKroniek van de Forestiers van Vlaanderenö. De Middelnederlandse kroniek bleef bewaard in een vijftal handschriften en een postincunabel (NK659). De Italiaanse versie bleef bewaard in dit unieke handschrift.
Het historische verhaal loopt van 621 tot 1440, de intocht van hertog Filips de Goede in Brugge. Het handschrift kwam tot stand in het milieu van Italiaanse bankiers en kooplieden in Brugge, en getuigt op deze manier van hun belangstelling voor de geschiedenis van Vlaanderen.
b) motivatie : De belangstelling voor de Vlaamse geschiedenis binnen dit Italiaanse milieu leidde tot deze vertaling. Op deze manier dient dit handschrift zich aan als een sleutelstuk en vervult daarmee een schakelfunctie voor de culturele en maatschappelijk geschiedenis van buitenlanders in het laatmiddeleeuwse Vlaanderen.
De wetenschappelijke betekenis (ijkwaarde) situeert zich overwegend op het vlak van de historiografie, de codicologie en de cartografie.
c) bewaarplaats : Openbare Bibliotheek Brugge
d) eigendomssituatie : overheidsbezit;

10° a) korte beschrijving : Memoriaal van Simon de Rikelike, vrijlaat te Sint-Pieters-op-de-dijk, 1323-1336, moderne band
In 1934 werd elke folio verstevigd volgens het parafineprocédé en heringebonden, 62 originele ff., met moderne nummering, met tussenvoeging van ongenummerde papieren bladen. Bestrijkt de periode 1323-1336, vermoedelijke datum van het overlijden van de auteur. De kern van het handboek bestaat uit de rekeningen van inkomsten en uitgaven van zijn plaatselijke rentmeesters.
Het stuk maakt deel uit van de verzameling "Aanwinsten" van het Rijksarchief te Brugge, nr. 3944.
b) motivatie : Door zijn aard en datering gaat het hier om een historisch zeldzaam stuk. Een globaal overzicht van het goederenbeheer van particulieren in de eerste helft van de 14de eeuw is uitermate zeldzaam.
Het memoriaal vormt een belangrijke schakel in de geschiedenis. Het stuk heeft een ijkwaarde omwille van zijn particulier karakter (er zijn meerdere voorbeelden van overzichten van het patrimonium van instellingen, bijvoorbeeld abdijen).
c) bewaarplaats : Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën (Rijksarchief Brugge)
d) eigendomssituatie : overheidsbezit;

11° a) korte beschrijving : "Vlaamse Vooruitstrevende Studentenkring Brussel - GULDENBOEK - Geen Taal Geen Vrijheid Clauwaert ende Geus 1886" (= register bevattende de statuten, het programma en de 'geloofsbelijdenis' (ondertekend door de leden) alsmede de jaarverslagen, en lijsten van voorzitters, ereleden en bezoekers, 1877-1937, 1956)
De vereniging werd in 1856 opgericht door Alfons Willems, als neveneffect van het onderzoek naar de Vlaamse grieven door de zogenaamde Grievencommissie. De vereniging had verschillende namen, maar behield telkens de spreuk 'Geen Taal, Geen Vrijheid' als tweede deel van haar naam, waardoor dit de roepnaam werd van de kring. Rond 1955 nam zij de naam Brussels Studentengenootschap aan en in de jaren '50 en '60 zou ze evolueren tot koepelkring van de Vlaamse studentenkringen aan de ULB en later de VUB.
b) motivatie : Het Guldenboek is inhoudelijk zeldzaam, omdat er voor de 19e en begin 20ste eeuw geen dergelijk register van een Brusselse vrijzinnige studentenvereniging bewaard is. Door het nationale actieterrein van de kring en haar politieke culturele en sociale actie onderscheidt het register zich van soortgelijke guldenboeken van regionale kringen die op andere universiteiten gevestigd waren.
Het Guldenboek is een unieke getuige van het bestaan en functioneren van politieke, culturele en sociale netwerken van jonge Vlaamse intellectuelen tussen 1880 en WO I en weerspiegelt een grote rijkdom voor het collectieve geheugen. De waarde voor het Vlaamse cultureel erfgoed in het algemeen, en in het bijzonder voor de Vlamingen in Brussel, is ongeëvenaard omdat het een topstuk is voor de geschiedenis van de Vlaamse Beweging.
Het Guldenboek getuigt enerzijds van de overgang van de Vlaamse Beweging als culturele beweging naar een beweging van politieke en sociale strijd en heeft een belangrijke schakelfunctie, daarnaast vormt het een belangrijke ijkwaarde.
De verwijzingen die het bevat zijn van bijzonder belang voor de interpretatie van andere . Bovendien geeft het verklaringen van gebeurtenissen uit dezelfde periode. Daarnaast is het register cruciaal voor de contextualisering van het eigen archief van Geen Taal Geen Vrijheid.
d) eigendomssituatie : privé bezit;

12° a) korte beschrijving : Liber Floridus, 1120
Dit handschrift is een autograaf uit 1120. Het werd geschreven door Lambert van Sint-Omaars, verbonden aan het O.L.-Vrouwkapittel te Sint-Omaars. In de twaalfde eeuw behoorde Sint-Omaars tot de zeven belangrijkste steden van het graafschap Vlaanderen. Het ontstaan van het handschrift moet gesitueerd worden in de 12de-eeuwse renaissance, waarin (opnieuw) geprobeerd werd alle beschikbare kennis in één enkel boek, een encyclopedie, te bundelen.
b) motivatie : De Liber Floridus is om twee redenen uiterst zeldzaam :
1) autografen zijn begrijpelijkerwijze behoorlijk zeldzaam;
2) middeleeuwse encyclopedieën zijn eveneens een vrij zeldzaam brontype.
Autografe middeleeuwse encyclopedieën zijn bijgevolg zo goed als uniek.
Het manuscript heeft een bijzondere waarde voor het collectieve geheugen. Het biedt een inzicht in de beschikbare kennis in de 12de eeuw en in de organisatie van deze kennis. Bovendien bevat het gegevens over de geschiedenis van het graafschap Vlaanderen die nergens anders overgeleverd zijn.
Het handschrift bevat eveneens een ijkwaarde, daar het gedateerd is naar tijd en ruimte. Het kan bijgevolg bijdragen tot het stilistisch onderzoek van de miniatuurkunst in het zuiden van het 12de-eeuwse graafschap Vlaanderen en tot de chemische analyse van de gebruikte pigmenten in die specifieke geografische en chronologische context.
Het handschrift heeft tevens een bijzondere artistieke waarde. Het handschrift is uitvoerig verlucht en bevat kwalitatief hoogstaande miniaturen, die niet uitsluitend tot het religieuze kader behoren zoals dat in de 12de eeuw meestal gebruikelijk is.
c) bewaarplaats : Universiteit Gent (Centrale Bibliotheek)
d) eigendomssituatie : overheidsbezit;


13° a) korte beschrijving : Théâtre de tous les peuples et nations de la terre avec leurs habits et ornemans divers, tant anciens que modernes, door Lucas d'Heere, 16de eeuw
De bekende schilder Lucas d'Heere werd geboren te Gent in 1534, hij stierf in 1584. Het hier besproken handschrift werd grotendeels in Londen gemaakt, in de periode dat Lucas d'Heere de Zuidelijke Nederlanden ontvlucht was omwille van religieuze motieven. Het is waarschijnlijk de voorstudie voor een kostuumgalerij voor Edward Clinton, graaf van Lincoln. De collectie bevat 189 figuren in 98 aquarellen.
b) motivatie : Een kostuumboek in handschriftelijke vorm is zeer zeldzaam. Hier betreft het bovendien een kostuumboek dat vervaardigd is door een belangrijke schilder.
Het kostuumboek bezit een bijzondere waarde voor het collectieve geheugen daar het een unieke getuigenis levert over de (perceptie van) historische en eigentijdse klederdrachten in de 16e eeuw. Tevens werden ze dikwijls als modelboeken gebruikt, zodanig dat ze een belangrijke kunsthistorische bron vormen.
In dit opzicht heeft het kostuumboek tevens een ijkwaarde, daar onderlinge beïnvloedingen tussen kunstenaars gedetecteerd kunnen worden.
Het handschrift bezit een bijzondere artistieke waarde, daar het bestaat uit 98 schilderijtjes (op miniatuurformaat) van een verdienstelijke schilder, van wie de meeste werken in de loop der eeuwen verloren gingen.
c) bewaarplaats : Universiteit Gent (Centrale Bibliotheek)
d) eigendomssituatie : overheidsbezit;

14° a) korte beschrijving : De Vlaamse Leeuw, 1847

Dit handschrift is eveneens een autograaf. Het betreft met name de eerste versie van de tekst van de Vlaamse Leeuw, neergeschreven door Hippoliet van Peene op 22 juli 1847. De auteur was o.m. mede-oprichter van de Minard te Gent (eerste Nederlandstalige schouwburg te België) en schreef vele toneelstukken. De Vlaamse Leeuw werd getoonzet door Karel Miry (1823-1889).
b) motivatie : Het handschrift is zeer zeldzaam : autografen zijn niet talrijk en deze van nationale hymnes zijn vrijwel onbestaande. Het lied is meteen na zijn ontstaan veelvuldig verspreid met variaties. De autograaf van de Vlaamse Leeuw is van bijzondere waarde voor het collectieve geheugen, daar het de basis is van het volkslied van de Vlaamse Gemeenschap.
c) bewaarplaats : Universiteit Gent (Centrale Bibliotheek)
d) eigendomssituatie : overheidsbezit;
15° a) korte beschrijving : Liber Divinorum Operum, 1163-1174
Het Liber Divinorum Operum (LDO) is een manuscript op perkament van 197 folia en een schutblad achteraan. Het handschrift dateert uit de tweede helft van de 12e eeuw. In de 19de eeuw kreeg het een bruingemarmerde lederen band met goudopdruk. Het manuscript draagt verschillende eigendomskenmerken van de benedictijnenabdij Sint-Eucharius en Sint-Matthias te Trier.
Het LDO is het laatste grote visionaire werk van Hildegard van Bingen, geschreven tussen 1163-1174.
b) motivatie : Het handschrift is zeer zeldzaam. Het betreft hier immers een apograaf, dit is een handschrift rechtstreeks van de wastabletten van de intellectuele auteur gekopieerd. Doordat Hildegard van Bingen op wastabletten schreef (die steeds herbruikt werden), bestaat er geen autograaf. De Gentse codex van het LDO staat bijgevolg het dichtst bij de oorspronkelijke tekst van de auteur. Via de aangebrachte verbeteringen krijgt de onderzoeker tevens een inzicht in de genese van de tekst.
Het handschrift heeft tevens een bijzondere waarde voor het collectieve geheugen. De visionaire geschriften van Hildegard van Bingen hebben een grote invloed gehad in de ontwikkeling van de mystiek in de Westerse Latijnse kerk.
Aangezien het handschrift vrij behoorlijk in tijd en ruimte gedateerd kan worden, bezit het tevens een ijkwaarde.
c) bewaarplaats : Universiteit Gent (Centrale Bibliotheek)
d) eigendomssituatie : overheidsbezit;


16° a) korte beschrijving : Ceremoniale Blandiniense, 1280
Een ceremoniale is een soort handleiding voor de liturgische ceremonieën in een religieuze instelling, zoals bv. het inkleden van een novice, het aanvaarden van de professie enz. Het hs 233 bevat bijgevolg zegeningen (f° 1r-29r), homilieën (f° 30r - 93r) en dodenliturgieën (f° 93v - 218r) en is gemaakt voor de Sint-Pietersabdij te Gent in opdracht van broeder Maghelinus van Sint-Baafs, die tevens in andere documenten betreffende de vervaardiging van boeken vernoemd wordt. Als voorbeeld voor het ceremoniale diende het missaal dat voor dezelfde abdij gemaakt werd rond 1280 en nu bewaard wordt in Gent, Oudheidkundig museum van de Bijloke, ms 60-1.
Het handschrift bevat 218 folia, één miniatuur en 13 gehistorieerde initialen. Verder zijn er tevens initialen met penwerk en randversieringen met drolerieën.
b) motivatie : Het Ceremoniale is zeldzaam. Het Ceremoniale heeft een bijzondere waarde voor het collectieve geheugen, daar het inzicht verschaft in de liturgische gebruiken van één der belangrijkste Gentse (zelfs Vlaamse) abdijen, in het bijzonder de Sint-Pietersabdij, die afgeschaft werd ten tijde van de Franse Revolutie.
Verder heeft het Ceremoniale een belangrijke schakelfunctie, omdat het in relatie staat met het missaal van de Sint-Pietersabdij en aldus een duidelijk voorbeeld is van externe invloeden op de Gentse miniatuurproductie.
Tenslotte heeft het Ceremoniale een bijzondere artistieke waarde, daar de kunstenaars die eraan meewerkten een hoog artistiek niveau hadden.
c) bewaarplaats : Universiteit Gent (Centrale Bibliotheek)
d) eigendomssituatie : overheidsbezit;

17° a) korte beschrijving : Tractatus de periculis circa sacramentum eucharistie contingentibus, 1482/83-1487

De uniciteit van het hierboven vermelde werk is niet zozeer in zijn inhoud te zoeken, maar wel in zijn vorm. Het werkje werd gedrukt door Arend de Keysere, één der vroegste drukkers in Vlaanderen. Het Tractatus de periculis circa sacramentum eucharistie contingentibus bevat zes niet genummerde folio's, in totaal dus twaalf bladzijden, die allemaal bedrukt zijn. Elk blad meet 197 mm bij 130 mm en bevat 28 regels tekst.
b) motivatie : Het Tractatus de periculis circa sacramentum eucharistie contingentibus is zeer zeldzaam; het is het enig bekend exemplaar ter wereld.
De druk bezit een bijzondere waarde voor het collectieve geheugen. Het is waarschijnlijk het eerste boek dat te Gent gedrukt werd.
Het drukwerk is eveneens onmisbaar als schakelfunctie, daar het tot de oudste gedrukte werken in Vlaanderen behoort en daardoor mede de overgang van het handschrift naar het gedrukte werk illustreert.
Het boekje heeft tevens een ijkwaarde. In de incunabeltijd werden immers vele boeken gedrukt zonder enig colofon. Op deze wijze is een werkje dat gesitueerd is naar drukker en plaats van ontstaan een interessant vergelijkingspunt voor ander drukwerk van deze drukker. Tenslotte heeft de druk eveneens een artistieke waarde.
c) bewaarplaats : Universiteit Gent (Centrale Bibliotheek)
d) eigendomssituatie : overheidsbezit;


18° a) korte beschrijving : Evangeliarium, gezegd van Sint-Livinus; VIIIste - IXde eeuw, Karolingisch
; wijzigingen in Anglo-Frankische stijl omstreeks jaar 1000. Evangeliën volgens Mattheus, Marcus, Johannes en Lukas, met inleidingen, argumenta en canones; ingeschakeld tussen fol. 179 en 182 : brief van abt Othelbold (1019-1030) aan gravin Otgiva betreffende de relikwieën en het domein van de Sint-Baafsabdij; inventaris van wat uit de schat van Sint-Baafs overgebleven was na de invallen van de Noormannen
b) motivatie : Dergelijk Evangeliarium is uiterst zeldzaam; het heeft verschillende eeuwen getrotseerd. Dit Evangeliarium vormt een belangrijke schakelfunctie en heeft daarnaast ook een hoge ijkwaarde, tevens wordt het gewaardeerd om de hoge artistieke waarde.
d) eigendomssituatie : kerkelijk bezit;


19° a) korte beschrijving : Aflaatbrief van Herkenrode
De aflaatbrief bestaat uit een oorkonde op perkament. Bovenaan is over de breedte van de oorkonde een miniatuur geschilderd die een processie van cisterciënzerinnen uit de abdij van Herkenrode afbeeldt. Onderaan de oorkonde hangen 16 zegels die in een linnen doekje zijn gewikkeld.
b) motivatie : De aflaatbrief is een unieke getuigenis van het religieuze leven in de Abdij van Herkenrode en van de devotie voor het Sacrament van Mirakel. Daarnaast is de afbeelding van een miniatuur op een oorkonde vanuit artistiek standpunt een uitzonderlijk feit. Tenslotte hebben de linnen zakjes rond de zegels op textielhistorisch vlak een hoge ijkwaarde.
c) bewaarplaats : Provinciale Bibliotheek Limburg
d) eigendomssituatie : overheidsbezit;

20° a) korte beschrijving : Tres tractatus / Tractatus tertius

Codex uit de 14de eeuw, manuscript op perkament met zes miniaturen, decoratieve initialen en margeversieringen.
Boekband : 15de eeuwse gerestaureerde kalfsleren band op houten platten met hoekbeslagen en vijf koperen doppen. De originele sloten zijn verdwenen. De band is van Doornikse boekbinder Janvier.
b) motivatie : Doordat de codex een belangrijke bron voor de kennis van de Frans-Vlaamse conflicten is in de periode 1294-1348 vervult het een hoge ijkwaarde in het wetenschappelijk onderzoek De tekst is slechts 50 jaar na de feiten neergeschreven door Gilles Li Muisis en gebaseerd op verhalen van belangrijke ooggetuigen en informanten. Het is een zeldzaam stuk en het relaas heeft een grote waarde voor het collectieve geheugen. Er is een hoge artistieke waarde in de autograaf met zes miniaturen en versierde initialen.
c) bewaarplaats : Stadsarchief, Kortrijk.
d) eigendomssituatie : overheidsbezit;

21° a) korte beschrijving : Anjou-Bijbel
De verluchte bijbel, bekend onder de naam Anjou-Bijbel of Bible Angevine, is een uitzonderlijk rijkelijk versierd handschrift, ontstaan in Napels rond 1340 aan het hof van Robert I van Anjou. Het bestaat uit 338 folio's met twee volbladminiaturen, meer dan 160 kleinere miniaturen - initiaalversieringen ter introductie van de bijbelsecties en kleine miniaturen die alluderen op de bijbelse teksten en op historische gebeurtenissen die met het koningshuis zijn verweven - en op elke folio fantasierijke randversieringen.
b) motivatie : De waarde van dit unieke handschrift is onmisbaar voor het collectieve geheugen, als topstuk van de miniatuurkunst uit de 14de eeuw.
Het handschrift vervult in meerdere opzichten een schakelfunctie. Het is cruciaal in de ontwikkeling van de miniatuurkunst en illustreert de band met de schilder- en beeldhouwkunst in Europa. Voor de geschiedenis van de tekst van de Vulgaat is de Anjou-Bijbel belangrijk omdat hij een rol speelde bij de totstandkoming van de Leuvense vulgaatbijbel van 1547. De ijkwaarde van de Anjou-Bijbel is belangrijk bij de studie van de miniatuurtechnieken. De bijzondere artistieke waarde van de Anjou-Bijbel is evident. We hebben hier te maken met een uniek topstuk van miniatuurkunst.
d) eigendomssituatie : kerkelijk bezit;

22° a) korte beschrijving : 'Genealogie van keizer Karel V' - Karton voor een glasraam
Het betreft een karton voor een glasraam dat in 1522 werd geplaatst in het zuidelijk transept van de toenmalige Sint-Romboutscollegiale (vanaf 1559 : kathedraal) te Mechelen. Het glasraam zelf werd vernietigd tijdens de Franse Revolutie. De ontwerper/tekenaar was de renaissancekunstenaar Jan van Roome.
b) motivatie : Het kunstwerk is een van de zeldzame vroeg 16de-eeuwse ontwerpen van glasramen uit de Nederlanden die bewaard gebleven zijn. Het is ook het enige van een hele serie ontwerpen door Jan van Roome voor de Sint-Romboutscollegiale dat nog bestaat. Het belang ervan is des te groter omdat geen enkel van de glasramen die naar deze ontwerpen werden vervaardigd nog aanwezig zijn in de huidige kathedraal.
Voor het collectief geheugen is het kunstwerk van belang omdat het de eenheid van kerk en staat bij het begin van de regeerperiode van Karel V visueel moest weergeven in een periode dat die door de opkomende Reformatie op de proef werd gesteld. Het karton heeft bovendien een schakelfunctie omdat het de vormentaal van de opkomende renaissance in de Nederlanden documenteert in een zeer specifieke tak van de kunstnijverheid.
Het heeft ook een ijkwaarde omdat het een sleutelwerk is voor de studie van het oeuvre van de kunstenaar Jan van Roome.
Het heeft bovendien ook grote artistieke waarde omdat dit het werk is van een vooraanstaand kunstenaar uit de vroege 16de eeuw die totnogtoe te weinig werd bestudeerd en waarvan weinig werken bewaard bleven.
d) eigendomssituatie : kerkelijk bezit;

23° a) korte omschrijving : Frans II Franken, Abraham van Diepenbeek en NN, Het gulden boek van de Kapel van Venerabel (Antwerpen), Deel I (1631-1840)
b) motivatie : De Kapel van het Allerheiligste Sacrament in de Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, ook wel bekend als Kapel van Venerabel, werd gesticht voor 1475 en is daarmee een van de oudste nog bestaande Antwerpse religieuze genootschappen. Zoals zovele instellingen bewaart de kapel een Gulden Boek dat door roemrijke bezoekers werd gesigneerd. Het eerste deel ervan, een lijvige foliant van 323 pagina's, werd in 1631 in gebruik genomen en is geïllustreerd met tientallen prachtige volbladminiaturen, tekeningen, portretten en wapenschilden (opdrachtgever Pieter Hannecaert, illustraties toe te schrijven aan belangrijke 17de -eeuwse schilders : Frans II Francken, Abraham van Diepenbeeck (een medewerker van Rubens) en een vooralsnog ongeïdentificeerde hand). Het Gulden Boek bevat tevens een schat aan historische gegevens die van groot belang zijn voor de geschiedenis van het religieuze leven in Antwerpen.
d) eigendomssituatie : privé bezit.

Tegen dit besluit kan door elke belanghebbende met een aangetekende brief een vordering tot schorsing en/ of beroep tot nietigverklaring worden ingediend bij de Raad van State binnen de 60 dagen na kennisgeving van deze beslissing.
(Bron: Belgische Staatscourant 27 maart 2008)